"Een derde forensisch psychiatrisch centrum is misschien de gemakkelijkste, maar zeker niet de beste weg"

Naar aanleiding van de reeks in De Morgen over de forensische psychiatrische centra in Gent en Antwerpen kropen Peter Degadt (gedelegeerd bestuurder Zorgnet-Icuro) en  Prof. dr. Kris Goethals (forensisch psychiater en verbonden aan de vakgroep CAPRI Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute, Fac. Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Universiteit Antwerpen) in hunp en. Het resultaat leest u op de website van De Morgen (online), maar vindt u ook hier terug.

Zorgnet-Icuro volgde het afgelopen jaar  de opstart en uitbouw van het forensisch psychiatrisch centrum in Gent met volle aandacht. Het FPC in Gent, en het centrum dat in Antwerpen in aanbouw is, geven de broodnodige zorg aan geïnterneerden die hen lang ontzegd werd (en waarvoor België verschillende veroordelingen opliep). Na de volledige operationalisering van de twee centra zullen er nog steeds 250 geïnterneerden in de Vlaamse gevangenissen verblijven. Dat zijn er 250 te veel.

Er gaan nu stemmen op om een  derde high risk FPC in Vlaanderen te bouwen. Dat lijkt ongetwijfeld in de ogen van velen de eenvoudigste oplossing. Wij denken echter van niet. Nog een FPC beantwoordt niet aan de noden van deze overblijvende groep geïnterneerden die nu nog in de gevangenissen zit. Vóór de opstart van het eerste FPC verbleven er ca. 700 geïnterneerden in onze Vlaamse gevangenissen. Het rapport  “Geïnterneerden in detentie” van de FOD Justitie en de FOD Volksgezondheid van eind 2013 wees uit dat slechts 20% onder hen behoort tot de high risk groep. Dat betekent dat deze personen nood hebben aan een sterk beveiligde verblijfsomgeving, waarin hen therapie wordt geboden. Met de capaciteit van het FPC in Gent en dat in Antwerpen, samen goed voor 446 plaatsen, wordt ruimschoots aan die nood aan hoog beveiligde opvangplaatsen voldaan.

De overige groep geïnterneerden, de zgn. medium of low risk patiënten, zijn veel meer gebaat bij een gepaste opvang en behandeling  in de bestaande zorgvoorzieningen voor geestelijke gezondheidszorg (zowel ambulant als residentieel). Hiervoor zijn vele argumenten pro te bedenken. Hoge veiligheidseisen voor personen die geen gevaar betekenen voor hun omgeving werken alleen maar meer stigmatisering in de hand.

Gerechtspsychiater Inge Jeandarme wees er in haar wetenschappelijke studie op dat een juiste opvang, d.w.z. een therapeutische behandeling binnen een aangepast beveiligingsniveau, de kansen op maatschappelijke integratie aanzienlijk verhogen en het risico op herval verlagen.

Een nieuw FPC impliceert bovendien een aanzienlijke kost van 29 miljoen euro (jaarlijkse uitbatingskost, zonder bouwkost). Ons inziens wordt die beter geïnvesteerd in de versterking en uitbreiding van de bestaande gespecialiseerde en reguliere zorgaanbod.  De infrastructuur is voorhanden, er is wel nood aan extra personeelsomkadering en ondersteuning. Vanuit Justitie en Volksgezondheid is hierover trouwens een brede consultatieronde bezig in de zorgsector. Ook het element doorstroom pleit tegen een derde FPC. Het is immers de bedoeling dat de patiënten niet langer als nodig in een high risk omgeving verblijven en tijdig kunnen doorstromen naar lichtere zorgvormen, zoals bv. een ambulante zorgvorm of begeleid wonen.

Dat is precies waarop we prioritair dienen in te zetten: maximaal kansen scheppen om geïnterneerden terug te laten keren naar de  maatschappij. Hoogbeveiligde en met muren omgeven voorzieningen hebben een functie voor mensen die een gevaar vormen voor zichzelf of de maatschappij. Maar deze vorm van opvang veralgemenen naar álle geïnterneerden zal de maatschappelijke kost doen toenemen en de kans op integratie verkleinen. .