Ethisch advies 4: aanrekenen van kamer- en honorariumsupplementen in ziekenhuisverband

Advies van 18 december 1998

Op 20 december 1996 werd door het Verbond der Verzorgingsinstellingen een standpunt in verband met ‘Keuzen in de zorg’ ingenomen (zie advies 2). In dit advies werd een christelijk geïnspireerd ethisch denkkader uiteengezet waarbinnen een verantwoorde omgang met de beschikbare middelen in de gezondheidszorg gestalte kan krijgen. Gezien het fundamenteel en algemeen karakter van het Keuzen in de zorg-advies, achtte de commissie voor ethiek het nodig om in aparte adviezen aandacht te besteden aan concrete toepassingen dienaangaande. Het voorliggende advies Aanrekenen van kamer- en honorariumsupplementen in ziekenhuisverband is hiervan het eerste resultaat. In de visietekst worden concrete aanbevelingen gedaan die ertoe kunnen bijdragen dat er een eerlijke verhouding ontstaat tussen het aanbieden van een kwaliteitsvolle zorgverlening en een rechtmatige beloning. Bovendien wordt erop aangedrongen dat inzake de organisatie en/of de financiering van de gezondheidszorg steeds de solidariteit met de meest kwetsbare patiëntengroepen als uitgangspunt zou worden genomen. Minimaal moet ernaar gestreefd worden alle ongerechtvaardigde of zelfs discriminatoire vormen van supplementen af te schaffen. Na de bespreking in de VVI-bestuurscolleges heeft de raad van beheer van het VVI dit advies goedgekeurd en de opdracht gegeven het te implementeren. Zoals in het advies wordt vermeld, kunnen de verantwoordelijkheden inzake de supplementenproblematiek niet op de schouders van één partij of instantie worden gelegd. Integendeel, diverse betrokkenen dragen in dit verband een belangrijke verantwoordelijkheid. Op instellingsniveau denken wij vooral aan de raad van beheer, de directie en de artsen. Het is dan ook ten zeerste aanbevolen dit advies niet alleen te agenderen en te bespreken op de vergaderingen van de plaatselijke commissies voor medische ethiek, maar ook op de vergaderingen van de artsen, van de directies en van de raden van beheer. Hopelijk mogen uit deze dialoog vele constructieve voorstellen groeien die een verantwoorde omgang met kamer- en honorariumsupplementen in ziekenhuisverband kunnen bevorderen