Ethisch advies 22. Levensmoeheid bij ouderen: een ethische benadering

De Covid-19 pandemie bracht de zorg voor ouderen in het epicentrum van het maatschappelijke debat. Wat is de betekenis van hoge ouderdom? Wat is de plaats van ouderen in onze samenleving? Welk zinperspectief biedt onze samenleving aan mensen op hoge leeftijd? En hoe vertalen we die maatschappelijke kijk op ouderen in een menswaardige zorg, zowel in de thuisomgeving als in woonzorgcentra?

Hoewel de Covid-19 pandemie de vragen over een zinvolle oude dag en een waardigheidsbevorderende zorgomkadering op dwingende wijze naar voren bracht, zijn die vragen even pertinent buiten de context van Covid-19. Vooral het fenomeen van levensmoeheid bij ouderen confronteert ons als medemens, als zorgorganisatie en als samenleving met lastige vragen over onze eigen verantwoordelijkheid. Hoe komt het dat mensen op hoge leeftijd het moeilijk hebben om een zinvolle verbinding te maken met zichzelf, hun familie, hun zorgverleners en met de samenleving waarvan ze deel uitmaken? We kunnen de oorzaak hiervan niet volledig bij de ouderen zelf leggen. We moeten ook onze eigen houdingen en visies op ouderen en de zorg voor ouderen kritisch bevragen. Het is tegen die achtergrond dat de commissie voor ethiek van Zorgnet-Icuro een grondige ethische bezinning voerde over levensmoeheid bij ouderen. De ethische reflectie vond deels vóór en deels tijdens de Covid-19 pandemie plaats.

Deze visietekst vormt de neerslag van die bezinning. Dit ethisch advies werd voorgelegd aan een doelgerichte selectie van experten met jarenlange klinische ervaring in de zorg voor ouderen. Hoewel in dit advies een specifieke focus wordt gelegd op ouderen, is een groot deel van de inhoud van dit advies ook toepasbaar op gelijkaardige fenomenen waarmee men bijvoorbeeld in de geestelijke gezondheidszorg wordt geconfronteerd. Met dit ethisch advies willen we bestuurders, directieleden, leidinggevenden, hulpverleners en medewerkers in onze voorzieningen aanmoedigen om ethisch na te denken over hoe we op zorgzame wijze kunnen omgaan met het fenomeen van levensmoeheid bij ouderen.