De psychiatrische patiënt en tewerkstelling (2004)

Gezondheid is voor elk van ons een belangrijk maar ook een kwetsbaar goed. Ditzelfde geldt
zowel voor onze lichamelijke als geestelijke gezondheid. In het behoud of herstel van deze
geestelijke gezondheid speelt het vervullen van betekenisvolle sociale rollen een belangrijke
rol. Deelnemen aan de arbeidsmarkt is het middel bij uitstek om een betekenisvolle rol op te
nemen in de samenleving. Deze deelname kan in vele uitingsvormen, gaande van
vrijwilligerswerk tot betaald werk. Voor (ex-)psychiatrische patiënten is de weg naar het
vinden van een geschikt werk al geen evidentie. Bovendien wordt deze weg nog bijkomend
bezaaid met inactiviteitsvallen.

Over deze inactiviteitsvallen gaat deze publicatie. De totstandkoming van deze publicatie
kadert in een bredere VVI-studie naar knelpunten in de toegankelijkheid en de betaalbaarheid
van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 1. Bij het inventariseren van de knelpunten bleek
hoe deze inactiviteitsvallen een grote bijkomende hypotheek vormen voor GGZ-cliënten in
het opnieuw verwerven van een volwaardig inkomen uit arbeidsmatige activiteiten.
Een tweede directe aanleiding tot het opstarten van deze studie moet worden gezocht in de
opstart van een aantal zorgvernieuwingsprojecten met betrekking tot activering. In ruil voor
een projectfinanciering voor de jaren 2001-2003, werd aan initiatiefnemers gevraagd ervaring
op te doen met specifieke methodieken van arbeidstrajectbegeleiding, aangepast aan GGZcliënten.
In de uitvoering van deze projecten werd men op het terrein al vlug geconfronteerd
met allerlei problemen die, in hun kern, konden worden gereduceerd tot problemen met het
statuut dat de cliënt werd aangemeten en dit ten aanzien van vele instanties, zowel inzake zorg
als tewerkstelling.

Binnen het VVI werd dan ook beslist om experten uit de bestaande VVI-werkgroepen
“betaalbaarheid” en “activering” in een specifieke ad hoc werkgroep samen te brengen.
Deze ad hoc werkgroep kreeg als opdracht mee om voor (ex-)GGZ-cliënten de hinderpalen
te inventariseren op weg naar tewerkstelling en hiervoor de nodige oplossingen te suggereren.
Gelet op de omvang van de problematiek van inactiviteitsvallen, werd de opdracht van de
werkgroep beperkt tot die hinderpalen die bijkomend gelden voor GGZ-cliënten, bovenop de
hinderpalen die gelden voor elke Belgische burger. De werkgroep inventariseerde zowel de
structurele hinderpalen als de feitelijke hinderpalen.

De neerslag van deze inventarisatie en van de voorstellen tot oplossing, vindt men in deze
publicatie.

Met deze publicatie wil het VVI haar bijdrage leveren tot het stofferen en ondersteunen van
het overleg, dat op diverse niveaus zal moeten plaatsvinden om GGZ-cliënten een
volwaardige kans te geven om zoveel als mogelijk een actieve en betekenisvolle rol op te
nemen in de brede samenleving.