Zorgnet-Icuro pleit voor sterk HR-beleid in zorgsector

In de Jobat-krant pleit onze stafmedewerker Veerle Van Roey voor een sterk HR-beleid in de zorgsector.

Terwijl in veel andere sectoren het aantal jobs vermindert door digitalisering en automatisering, is dat in de zorgsector minder het geval. “Dat is tegelijk de kracht van deze sector. Wij zullen altijd mensen nodig hebben”, stelt Van Roey. Daarnaast is de nood aan werkbaar werk erg hoog. “Thuiswerk is voor zorgfuncties bijvoorbeeld geen optie”, beseft Veerle Van Roey van Zorgnet-Icuro. Meer nog dan in andere sectoren, zijn de zorgmedewerkers het kapitaal van de organisatie. Al is dat niet altijd te merken. “HR wordt er vaak onvoldoende als strategische partner meegenomen in de algemene leiding van een organisatie”, vindt Van Roey, die tegelijk wil nuanceren. “Er zijn in ons land bijvoorbeeld zorginstellingen en grote ziekenhuizen die absoluut pionier zijn met hun HR-beleid”, vindt ze. “Maar met name bij de kleinere instellingen, waar de middelen nog beperkter zijn, blijkt dat in de praktijk niet evident.”

Door de besparingen in de zorgsector, is er soms te weinig aandacht voor een sterk uitgebouwd personeelsbeleid. Onterecht, vindt Van Roey. “HR is voor een organisatie minstens even belangrijk als het financiële aspect om de beoogde doelstellingen te bereiken. Bovenal heeft deze sector het menselijk kapitaal nodig. Goede mensen houden op de juiste manier, wordt erg belangrijk. Veel zorgfuncties zijn knelpuntberoepen. De krapte in de zorg zal niet meteen verdwijnen.” Vaak ontbreekt de HR-opleiding of ondersteuning. Zorgvoorzieningen kijken voor hun HR-beleid al te vaak naar de plaatselijke verantwoordelijke of chef. In de praktijk is dat dan bijvoorbeeld de hoofdverpleegkundige of het hoofd van een zorgafdeling. “Leidinggevenden zijn vaak doorgegroeide zorgmedewerkers. Hun invloed op het welzijn van hun medewerkers wordt soms echt onderschat, waardoor ze niet de nodige ondersteuning krijgen. Zij moeten inzake HR ook aangestuurd worden, en hiervoor genoeg ruimte krijgen binnen hun takenpakket”, besluit Van Roey. 

Auteur: William Visterin