Zorgnet-Icuro-medewerkers gaan op zorgstage

Zorgnet-Icuro vertegenwoordigt de Vlaamse algemene ziekenhuizen, de not-for-profit ouderenzorg en initiatieven uit de geestelijke gezondheidszorg. Daarvoor hebben we vaak contact met onze leden-voorzieningen, veelal via vergaderingen, commissies en werkgroepenoverleg met directeurs of andere stafleden. 

Maar hoe gaat het er echt aan toe op de werkvloer van zorgorganisaties? Hoe groot is de toewijding van zorgverleners? Wat gebeurt er allemaal in de dagelijkse praktijk? En hoe krijgt dat vorm? Dát wilden we deze zomer helemaal aan den lijve ondervinden. Lieve, Yvonne, Mieke, Annelies, Sylvie, Vera en Jens trokken erop uit en zagen dat werken in de zorg iets is wat je doet met hart en ziel voor zij die zorg nodig hebben. 

“Grote toewijding en zachtheid. Iedereen wordt betrokken, ook de bewoners die wat verder verzonken zijn.”

De meesten ‘liepen stage’ in een woonzorgcentrum en kwamen zo in contact met zorgbehoevende ouderen en hun zorgverleners. De sector van de residentiële ouderenzorg kampt niet altijd met de fraaiste beeldvorming: ‘de laatste halte voor de dood’, ‘het eten is er niet lekker’, ‘de bewoners moeten al om 17u in bed’, ‘de werkdruk is torenhoog’ … Het is slechts een greep uit de vele clichés die in Vlaanderen leven over het woonzorgcentrum. Wij daarentegen bezochten voorzieningen die stuk voor stuk aantonen dat het ook anders kan.

“Ik zou mijn ouders hier toevertrouwen.”

Huiselijkheid, kleine leefgroepen, gezelligheid, samen keuvelen rond de tafel … het hoort wel bij een woonzorgcentrum. Bewoners worden met alle égards verzorgd. Al gaat het om meer dan zorg. Het gaat over je mens te kunnen voelen tussen de mensen. Over wonen en leven in een groot gezin. Over de focus leggen op wat wél nog kan in plaats van op wat niet meer lukt. De bewoners gaan niet op in de gordijnen, ze worden begroet met naam en toenaam. Ze kunnen zichzelf zijn. Hun haren worden mooi gekamd en verzorgd, hun nagels gelakt, een beetje blush op de wangen en een mooi vestje aan. Allemaal met een glimlach, toewijding en zorg. Geen seriewerk of -denken, maar een persoonlijke aanpak.  

“Het is een kwestie van samen zorg realiseren, samen een goede dag maken.”

Accreditaties verdienen de nodige bijklank en geloofwaardigheid, maar vormen daarom in de praktijk niet het ideaalbeeld. Pas afgestudeerde studenten die op de schoolbanken hebben geleerd hoe ze tot in de puntjes een bed moeten opmaken, krijgen de boodschap dat de interactie met de persoon van wie je dat bed opmaakt, veel belangrijker is. Ons trof de onbaatzuchtige houding en het volledige engagement van alle zorgmedewerkers. Als we hen vragen wat het meest moeilijke aan hun job is, dan hebben ze schrik dat ze geen aandacht meer zouden kunnen geven aan de bewoners, dat ze verplicht zouden zijn om enkel nog met de concrete, technische zorg bezig te zijn, zonder die te kunnen omgeven met warmte, liefde en genegenheid. Zoiets vraagt een beleidskeuze. Op onze stageplekken zien we dat die warme manier van zorg verlenen iets is dat door het beleid dag na dag heel concreet mee wordt aangestuurd, zodat het tot in alle nerven van hun zorgverlening aanwezig is. Iedereen draagt zijn steentje bij, niet vanuit zijn eigen ‘professionele rol’, wel vanuit het doel, nl. hoe kunnen we samen een goede dag maken en wat kan ik daartoe bijdragen.

“Mijn inspectie, dat zijn de bewoners, de familie, de medewerkers. Zijn zij gelukkig? Daar gaat het om.”

We zien gastvrijheid, vriendelijkheid en een glimlach op het gelaat van de bewoners. Zorgverleners en medewerkers, van het onthaal tot de directie en het onderhoudspersoneel; iedereen draagt hartelijkheid uit. In de ouderenzorg kunnen de medewerkers – in tegenstelling tot hun collega’s in bijvoorbeeld de ziekenhuizen – werken op het tempo en ritme van de bewoners. Dat is een luxe. En toch gunnen ze dat zichzelf niet altijd. Nog altijd leggen sommige medewerkers zichzelf de druk op om ‘op tijd’ alle bewoners van een afdeling te hebben verzorgd. “Om half 11 vergaat de wereld heus niet.” Het is een uitspraak die ons bijblijft. Haast en spoed helpen niet om samen een goede dag te maken in de ouderenzorg, ook na half 11 kunnen mensen nog verzorgd worden. Dat herhalen de beleidsmedewerkers dan ook regelmatig naar hun medewerkers. In een zachte bewustmaking.  

“Opvallend hoe jong sommige hulpverleners zijn. Voortdurend dragen zij de verantwoordelijkheid om keuzes te maken en prioriteiten te stellen.”

Het is opbeurend, geruststellend en vertrouwenwekkend te weten dat er heel veel mensen bereid zijn om met hart en ziel zorgbehoevende mensen te helpen. En dat voorzieningen die een aangenaam werkklimaat creëren daarvoor worden beloond met een warme atmosfeer, hoge personeelsstabiliteit en een grote en brede vrijwilligerswerking. Als je personeel zich goed voelt, dan stralen zij dat af op de zorg. 

Goede voorbeelden van warme, respectvolle en waardige ouderenzorg; wij hebben ze niet alleen gezien, maar vooral zelf aangevoeld.

“Wij willen leven aan de dagen toevoegen, geen dagen aan het leven. Kwaliteit gaat voor op kwantiteit.”