Zilveren generatie verdient beter. Zorgnet-Icuro roept op tot realistisch budgettair meerjarenplan en afdwingbaar kwaliteitskeurmerk.

PERSBERICHT. Een noodkreet recht uit het hart haalt dit weekend de voorpagina van de Standaard. Een jonge verpleegkundige luidt de alarmbel over de onwerkbare druk voor het personeel in een commercieel rusthuis dat zich “zorghotel” noemt. Zij stelt dat dit gelijklopend is in alle woonzorgcentra.   

Eenieder die vertrouwd is met de residentiële ouderenzorg, weet dat de groep van 80-plussers gestaag toeneemt, dat mensen graag zo lang mogelijk thuis blijven en dat dus de ouderen die in een woonzorgcentrum (“rusthuis” in de volksmond) verblijven, een hogere leeftijd en dito graad van zorgbehoefte hebben dan vroeger. De personeelsnormen zijn hier echter niet op aangepast, de zorgfinanciering van de overheid al helemaal niet. Minister Vandeurzen is zich bewust van het probleem en heeft dit jaar al een aantal miljoenen geïnvesteerd in de personeelsomkadering. Het is een eerste stap. De overheid heeft de laatste jaren ook flink geïnvesteerd in bijkomende woongelegenheden om de groeiende noden op te vangen, een inspanning die Zorgnet-Icuro waardeert. Helaas financiert de Vlaamse overheid de zorgkost van deze woongelegenheden op een te laag niveau. Men houdt daarbij te weinig rekening met de toenemende zorgbehoefte van de bewoners en de nood aan bijkomend zorgpersoneel. Uit onze analyses blijkt dat nu al meer dan 20% van het zorgpersoneel betaald wordt met de dagprijs (dus wat de bewoner bijdraagt) omdat de loonkosten niet vergoed worden door de overheid. Woonzorgcentra zien zich immers verplicht om de zorgkosten die niet gefinancierd worden door algemene (solidaire) middelen, door te factureren aan de bewoner via de dagprijs. De financiële toegankelijkheid van de woonzorgcentra komt hierdoor fors onder druk.

“Is dit de verzorgingsstaat waar we altijd zo hoog mee oplopen” zo vraagt de betrokken verpleegkundige zich heel terecht af. Wij willen allen een goede én betaalbare zorg voor onze ouders, voor onszelf. Vlaanderen is het ons dan ook verschuldigd om voldoende te investeren in deze kwetsbare groep die zijn hele leven mee heeft bijgedragen tot onze welvaart. De kost is aanzienlijk, de groeiende zorgverzwaring financieren op het RVT-niveau loopt al snel op tot een slordige 300 miljoen euro. Als Zorgnet-Icuro roepen wij dan ook de voltallige Vlaamse regering, ja zelfs alle Vlaamse politici op om een meerjarenplan uit te werken voor het komend decennium. Een totaalplan waarin de kost voor de toenemende zorgbehoevende vergrijzing gebudgetteerd wordt, zodat de thuis-, residentiële-, ziekenhuiszorg, en daarbij de hele bevolking, weet waar zich aan te verwachten. Het is een maatschappelijke keuze, en deze keuze gaat gepaard met de nodige dilemma’s, zoals Karel Verhoeven terecht commentarieert. Laat ons het debat voeren, en vooral niet  de kop in het zand steken en het probleem voor ons uitschuiven.   

In tussentijd is het een opdracht voor de uitbaters van woonzorgcentra om menswaardige zorg te bieden en kwaliteitsvolle werkomstandigheden. Is het dan echt zo erg gesteld in álle Vlaamse woonzorgcentra ? Bij het merendeel van de zorgmedewerkers in de Vlaamse woonzorgcentra bloedt het hart wanneer dergelijke getuigenis het nieuws van de dag is. In veel woonzorgcentra wordt dag en nacht ingezet op een goede kwaliteit van wonen, zorg, leven. Om de kwaliteit te objectiveren voerde Zorgnet-Icuro als koepelorganisatie in zijn voorzieningen het integraal kwaliteitssysteem Prezo Woonzorg in. Kwaliteit van leven en van zorg wordt intussen in meer dan één derde van onze voorzieningen gemeten, geëvalueerd en verbeterd, via dit integraal kwaliteitssysteem waarin alles draait rond het bewonersperspectief. Aan de hand van zelfevaluaties, tevredenheidsmetingen bij de bewoners en medewerkers en objectieve indicatoren volgt men continu op hoe de organisatie presteert en evolueert op het vlak van kwaliteit. Eigen aan de Vlaamse aard gebeurt dit vaak in stilte: het is iets vanzelfsprekends, het bewieroken niet waard.  Het wordt hoog tijd dat de (nog) thuisverblijvende oudere en diens familie, maar ook het (zorg)personeel, zicht krijgen op die organisaties waar wél met hart en ziel op kwaliteit wordt ingezet. Zo kunnen zij het kaf van het koren scheiden. Van de overheid verwachten we dat ze hier kordaat en krachtig optreedt. Woonzorgcentra die hardnekkig de voeten treden met erkennings- en kwaliteitsnormen dienen gesloten te worden.

Als sector nemen wij intussen ook de handschoen op om de slogan ‘Meer werkbaar werk’ om te zetten in concrete initiatieven. De medewerkers werken met hoofd, handen en hun hart in de zorg. 

Ook hier is het aan alle betrokken actoren, de Vlaamse overheid, de werkgevers, de vakbonden, de gebruikers… om de handen in elkaar te slaan om de werkdruk en de jobssatisfactie van de medewerkers aan te pakken. Ook dit bevordert de kwaliteit van leven voor de medewerkers en dus ook voor de ouderen.

Laat ons in Vlaandere een algemeen gekend kwaliteitskeurmerk verspreiden zodat geen enkele oudere nog de dupe is van een schone façade en windowdressing van commerciële ‘zorghotels’, maar kan kiezen op basis van dié zaken die er echt toe doen wanneer je, voor verschillende domeinen in je dagelijks leven, afhankelijk bent van anderen. Of om het met J. Robinson te zeggen: “Kwaliteit is de enige gepatenteerde bescherming die we hebben. De zilveren generatie verdient onze kwaliteitsvolle zorg!”