"We zullen heel wat mensen weer op weg krijgen, met meer veerkracht"

Het is een mijlpaal in de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg: de overeenkomst over de terugbetaling van psychologische functies in de eerste lijn. Dit kan de hele samenleving gezonder maken en mentale gezondheid eindelijk ‘normaliseren’, vertellen professor Philippe Delespaul, hoogleraar Innovatie in de Geestelijke gezondheidszorg aan Maastricht University, en Yves Wuyts, stafmedewerker bij Zorgnet-Icuro.

Waarom is deze nieuwe conventie zo’n belangrijke mijlpaal? 

Philippe Delespaul: “In 2010 was er al een belangrijke stap gezet, met artikel 107. Daardoor werden heel wat residentiële bedden in de geestelijke gezondheidszorg omgezet naar ambulante zorg. Maar over de financiering van de te behandelen noden in de maatschappij was te weinig nagedacht. Er is tien jaar hervormd in een klassieke structuur, waarbij mensen hun bezoek aan de psycholoog zelf moesten blijven betalen. Nu is er een helder, democratisch systeem met een billijke terugbetaling en een beperkte eigen bijdrage (11 euro per individuele sessie en 2,5 euro per groepssessie, red). Bij reële zorgbehoeftes is er slechts een minimale financiële drempel voor de meeste mensen. Maar tegelijk moeten mensen ook afwegen of hun nood van die aard is dat ze 11 euro per uur willen betalen voor hulp.”

Yves Wuyts: “Ik denk dat we met het huidige budget van 150 miljoen euro per jaar toch ambitieus mogen zijn: hiermee kunnen we per jaar psychologische zorg bieden aan 250.000 nieuwe patiënten. Met een beperkt aantal sessies, weliswaar. Maar we zullen wel heel wat mensen weer op weg krijgen, met meer veerkracht. En door hen snel te helpen, kunnen we in heel wat gevallen vermijden dat hun situatie veel ernstiger wordt.”

Om de overeenkomst rond psychologische zorg op de eerste lijn in goede banen te leiden, wordt een beroep gedaan op de netwerken geestelijke gezondheid. Twee netwerkcoördinatoren geven tekst en uitleg: professor Marina Danckaerts (YUNECO – Netwerk kinderen en jongeren – Vlaams Brabant) en David Dol (RELING – Netwerk volwassenen in Limburg).

Jullie staan voor een grote uitdaging. Hoe kijken jullie naar deze ommekeer in de eerstelijnspsychologische zorg?

Marina Danckaerts: “Ik ben er uiteraard heel gelukkig mee. Als ik kijk naar mijn eigen doelgroep – kinderen en jongeren – dan ben ik vooral blij dat er is gekozen voor een public health-benadering. Omdat we weten dat zeer veel psychische moeilijkheden beginnen in de kindertijd, is het héél goed dat er nu ook extra wordt gefocust op die doelgroep, inclusief disproportioneel iets meer middelen. We kunnen niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is om zo vroeg mogelijk in de ontwikkeling te beginnen met psychologische hulp. Negatieve levenservaringen en risico’s bouwen cumulatief op vanaf de vroege kindertijd en nu kunnen we erop inzetten om eventuele trauma’s te voorkomen of tenminste snel aan te pakken. En door de extra middelen en mankracht zal de hulp ook veel sneller, goedkoper en laagdrempeliger zijn, én bovendien dichtbij de mensen zelf. Nu moet je vaak geluk hebben dat er in je buurt een psycholoog woont, die bovendien ook nog betaalbaar is. Dat wordt voortaan heel anders, waardoor we de geestelijke gezondheid meer gelijkwaardig gespreid in de bevolking kunnen verbeteren.”

David Dol: “Het belangrijkste doel is inderdaad betaalbare psychologische zorg voor mensen met lichte tot matig ernstige problemen. Tot voor kort konden zij enkel op eigen beweging bij de privé-psycholoog terecht zonder terugbetaling, nu wordt dit ingekanteld in de samenwerking binnen de eerste lijn. Daarom zijn de netwerken geestelijke gezondheid zo cruciaal: we moeten met alle partners heel goede afspraken maken. Wie doet wat? Welke mensen kunnen met hun problemen waar terecht? Hoe bied je toegang tot de tweede of derde lijn, als dat nodig is? Deze nieuwe functie moet ingebouwd worden in het totale systeem: het is niet de bedoeling dat er een nieuwe silo ontstaat, met allerlei aparte regels.”

Lees het volledige artikel op zorgwijzermagazine.be