Vaccinatiecampagne gaat onverminderd door met aangepaste toewijzing van de vaccins

PERSMEDEDELING van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid en het Regeringscommissariaat Corona

Op basis van recent wetenschappelijk advies hebben de Belgische ministers van Volksgezondheid beslist om tijdelijk AstraZeneca door een andere vaccin te vervangen voor mensen van 18 tot 55 jaar; voor mensen vanaf 56 jaar blijven alle vaccins verder ingezet. Dit laat toe om de Belgische campagne, die op dit ogenblik focust op de 65-plussers en personen met co-morbiditeiten, onverminderd voort te zetten. EMA onderlijnt dat de voordelen van AstraZeneca nog steeds zwaarder doorwegen dan eventuele risico’s. Binnen 4 weken doet de IMC een herevaluatie.

Vandaag brachten de Hoge Gezondheidsraad en de Task Force Vaccinatie hun advies uit over de optimale toewijzing van de COVID-19 vaccins aan de Interministeriële Conferentie (IMC) Volksgezondheid. Daarnaast namen de ministers kennis van de conclusies van het Europese geneesmiddelenagentschap (EMA), na een analyse door zijn Veiligheidscomité (PRAC).

PRAC en EMA vestigen de aandacht op meldingen over zeer zeldzame nevenwerkingen (combinatie van een verlaagd aantal bloedplaatjes met ernstige tromboses) tot 14 dagen na de toediening van het AstraZeneca (AZ)-vaccin, en dit vooral bij jongere mensen, in o.a. Duitsland, Frankrijk en het VK. Het gaat hier om 100 gevallen op meer dan 25 miljoen gevaccineerden. Het IMC heeft daarom beslist om personen onder de 56 uit te nodigen voor vaccinatie met met Pfizer, Moderna-vaccin.

Vanaf 56 jaar zijn de aantoonbare voordelen van de preventie door vaccinatie voor hospitalisatie en mortaliteit zonder twijfel veel hoger dan de gevolgen van de zeldzame nevenwerkingen. Om dit te illustreren: in de 1e en de 2e golf (overheen een jaar) overleden er 384 personen tussen 55 en 60 jaar en 657 tussen 60 en 65 jaar (gegevens Sciensano), dus gemiddeld 32 versus 55 op maandbasis. Volgens de huidige cijfers van het PRAC zouden er tot een 100-tal casussen op 25 miljoen dosissen bestaan zijn die binnen de 14 dagen na vaccinatie optreden. Concreet voor België betekent dit (op 700 000 dosissen)  een theoretisch risico van 1,4 gevallen boven de 55 (rekening houdende met een incidentie van 1,3 per 100 000 vaccinaties en waarbij 15% van de gevallen ouder is dan 55 jaar).

Ook onder de leeftijd van 56 jaar zijn de voordelen van vaccinatie met AstraZeneca belangrijk. Maar aan deze leeftijdsgroep kunnen ook de mRNA vaccins (Pfizer en Moderna) en binnenkort het J&J vaccin worden toegediend. De leveringen van deze vaccins zullen vanaf mei ook aanzienlijk toenemen. De verhouding tussen voordelen en risico’s lijkt, voor deze jongere groep, beter met deze vaccins.

Over het risico op deze zeldzame nevenwerkingen na een 2e dosis van het AstraZeneca-vaccin kan er voorlopig geen uitspraak worden gedaan. Dit zal waarschijnlijk wel mogelijk zijn de komende weken. Tegen dan worden meer data uit het Verenigd Koninkrijk (MHRA) verwacht. Er is geen aanwijzing dat de zeldzame nevenwerkingen meer optreden bij bepaalde risicopatiënten.

De toewijzingen van de vaccins voor de mensen van 55 jaar of jonger werden reeds aangepast. Een klein aantal personen onder de 56, voor wie het AstraZeneca-vaccin nog was ingepland, zal een ander vaccin ontvangen. Zij moeten hiervoor zelf niets doen.

Deze beslissing werd genomen in afwachting van eventuele nieuwe wetenschappelijke inzichten. Ook andere factoren, zoals leveringsproblemen met één van de vaccins, en de epidemiologische omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat deze maatregelen weer worden herbekeken. België vraagt via de EU-conferentie van de ministers gezondheidszorg dat EMA een meer gedetailleerde analyse maakt van de benefit/risk analyse per leeftijdscategorie en zich dringend buigt over de vraag met betrekking tot de 2e dosis.