Investeren in zorginfrastructuur nodig... Maar door wie?

PERSBERICHT. Goede zorg vraagt goede infrastructuur. Bestaande gebouwen vragen op gezette tijd een gedeeltelijke of volledige facelift, daarnaast zijn extra gebouwen nodig om de toenemende vergrijzing op een menswaardige manier op te vangen. Bovendien moeten ze voldoen aan de nodige en steeds strengere veiligheidsnormen. Koken kost geld, maar wie zal dat betalen? 

Gisteren vond een studiedag plaats over zorgvastgoed, waarvoor de aandacht steeds meer toeneemt. Zo is de ouderenzorg een sector in volle ontwikkeling met een hoge nood aan bijkomende plaatsen door de toenemende vergrijzing: minimaal 1.400 woongelegenheden (voor de zwaar zorgbehoevenden) per jaar in Vlaanderen. Daarnaast hebben de bestaande woongelegenheden nood aan een nieuw kleedje. Een aangepaste infrastructuur (geen drempels, brede liften, aangepaste domotica, een toegankelijk toilet…) kan de zelfredzaamheid van deze groep van kwetsbare ouderen verhogen, hun eigenwaarde versterken en de kwaliteit van leven opvallend verhogen. Ook de veiligheid van de infrastructuur is een aandachtspunt. Zo legt de overheid bijvoorbeeld verstrengde brandveiligheidsregels op die van de woonzorgcentra een bijkomende investering vragen van 2.300 euro per woongelegenheid. De aanpassing van de bestaande infrastructuur naar de laatste normen in combinatie met de nood aan nieuwe woongelegenheden vergen voor de ouderenzorg een bouwinvestering van 380 miljoen euro per jaar in Vlaanderen.

Ook de algemene en de psychiatrische ziekenhuizen krijgen voor hun infrastructuurwerken de steun van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA). In deze sectoren is vooral nood aan een vernieuwing van het patrimonium, patiëntvriendelijk en aangepast aan de vernieuwde inzichten over de zorgorganisatie en met de moderne technologie. De komende jaren zullen zij een investering nodig hebben van 250 miljoen euro per jaar in Vlaanderen.

Wie gaat dat betalen?

1) Overheid. De bouwdossiers waaraan de Vlaamse administratie een zorgstrategische goedkeuring geeft, moeten op korte termijn kunnen rekenen op bouwsubsidies vanuit het VIPA. Op langere termijn is er nood aan een nieuwe vorm van overheidsfinanciering voor zorginfrastructuur.

2) (Voor de ouderenzorg) Bewoner. Het is normaal dat zelfredzame senioren die financieel O.K. zijn, een vergoeding betalen voor de woonfunctie in het thuisvervangend verblijf. Voor zorgbehoevende ouderen en hun partner vraagt Zorgnet Vlaanderen sociale bescherming.

(Voor de ziekenhuizen) Patiënt. Het afwentelen van de meerkosten op de patiënten is geen optie.

3) Bij tanende overheidsfinanciering kijken we ook naar externe financiers: banken, pensioenfondsen, bevak... De spaargelden die in België massaal aanwezig zijn, kunnen worden aangesproken voor de bouw van zorginfrastructuur. Mensen zijn immers meer en meer bereid om te investeren in projecten met een sociaal oogmerk. Het inzetten van extern kapitaal moet wel gepaard gaan met strenge eisen aan de financiële voorwaarden (rendement en terugbetaling) om te vermijden dat de financieringskost zo zwaar drukt op de uitbating dat beknibbeld moet worden op de inzet van gekwalificeerd zorgpersoneel.