IFIC: niet iedereen wint, maar de overgrote meerderheid wel

Vorig jaar beslisten de sociale partners en de overheid om het baremasysteem IFIC volledig uit te rollen in de zorgsector. Daarmee gaat een forse investering gepaard. Hoewel de overgrote meerderheid van de medewerkers hiermee een aanzienlijke loonsverhoging krijgt, is dat niet voor iedereen het geval. We lichten hier toe hoe dat komt.

Een hedendaags loonhuis

Ruim 19 jaar geleden kwamen de werkgevers en vakbonden van de federale gezondheidsdiensten (Paritair Comité 330) tot de gezamenlijke vaststelling dat het verloningsmodel in de sector de tand des tijds niet langer doorstond. Onder de naam IFIC namen ze samen het initiatief voor de ontwikkeling van een nieuwe functieclassificatie en bijhorend loonmodel. Zowel vakbonden als werkgevers onderstreepten de laatste jaren de nood aan een nieuw verloningssysteem voor de medewerkers in de zorgsector. De voornaamste vaststellingen waren:

  • Het loonmodel en bijhorende financiering waren meer dan 30 jaar oud.
  • Lonen waren soms gebaseerd op diploma, soms op functie, maar wat met nieuwe functies, afstudeerrichtingen, specialisaties…? Een aantal hangende claims en gerechtelijke uitspraken waren niet geruststellend.
  • De barema’s maakten onlogische sprongen, kruisten elkaar over functies heen, hadden zeer verschillende looptijden, hadden lage aanvangslonen en een verschillend, vaak grillig verloop doorheen de carrières. Via verschillende premies, supplementen enz. probeerde men hierop een antwoord te bieden. Met als resultaat een chaotisch kluwen.
  • De barema’s van heel wat zorgfuncties en niet in het minst die van de hoofdverpleegkundigen voldeden niet meer aan de verwachtingen en konden een upgrade gebruiken, zeker aan het begin van de loopbanen.

Vanuit die vaststellingen ontwikkelde de vzw IFIC (Instituut voor Functieclassificatie), een paritair beheerde organisatie, in opdracht van de sociale partners uit zorg en welzijn een hedendaags en coherent baremasysteem. Het duurde heel wat jaren vooraleer een minister een (beperkt) budget op tafel legde voor de start van de gefaseerde invoering van dit nieuwe loonsysteem. In uitvoering van het sociaal akkoord van 2017 kon met beperkte middelen een eerste bescheiden stap worden gezet in de uitrol van IFIC. In 2018 eerst in de ziekenhuizen, vanaf 2019 ook in de woonzorgcentra en de geestelijke gezondheidszorg.

100% uitrol van IFIC: overgrote meerderheid verdient meer

En toen kwam de coronacrisis. In de zomer van 2020 besliste de federale overheid om een ongekend groot budget van 500 miljoen euro vrij te maken voor de verloning van het personeel in de federale zorgsectoren. De Vlaamse overheid maakte kort nadien 150 miljoen euro extra vrij voor de herwaardering van de lonen van het personeel in de Vlaamse zorgsectoren. De sociale partners beslisten in overleg met de overheid om met de extra middelen het IFIC-loonsysteem – na de bescheiden start in 2018-2019 – volledig en consequent te gaan uitrollen. Het alternatief was om de extra middelen te besteden aan een lineaire loonsverhoging in een verouderd loonsysteem dat de toets aan een marktconforme verloning voor bepaalde functies niet langer doorstond.

IFIC levert niet voor alle (sub)groepen een gelijke loonsverhoging op. Dat kan niet anders bij het introduceren van een volledig nieuw baremasysteem dat oude inconsequenties verbetert en rechttrekt. Het doorvoeren van IFIC voor zo’n groot aantal medewerkers impliceert een enorme kost. Het is niet mogelijk om daarbovenop nog eens voor iedere individuele medewerker of groep van medewerkers iets extra te doen.

Alle extra budget van de overheid gaat integraal naar de lonen van medewerkers. De werkingsmiddelen van de vzw IFIC zijn afkomstig van het Riziv en de Vlaamse overheid, en gaan niet ten koste van de middelen voor lonen. Dit in tegenstelling tot wat sommigen beweren.

Bij de uitrol van IFIC zal geen enkele medewerker loon verliezen. Of iemand extra verdient met het IFIC-barema, hangt af van de anciënniteit en de persoonlijke situatie. Bij de eerste implementatie in 2018 ontvingen alle medewerkers een individuele berekening met een positief of negatief advies. Iedereen kreeg de vrije keuze om in te tekenen op de nieuwe barema’s. Die keuze zullen de medewerkers in mei of juni 2021 opnieuw kunnen maken. Al wie in 2018 nog niet was ingestapt zal opnieuw kunnen kiezen om ofwel zijn/haar oude barema met alle verhogingen te behouden (en dit tot het einde van de loopbaan) ofwel om de overstap te maken naar de IFIC-barema’s. Nu er voldoende middelen zijn om IFIC aan 100% te implementeren blijkt dat 85% van de medewerkers baat heeft bij de overstap. In de ouderenzorg zagen we in de beperkte eerste fase trouwens al een voordeel bij 79% van de werknemers, en bij 74% van de ziekenhuismedewerkers. We hebben uiteraard begrip voor het ongenoegen van bepaalde groepen die er niet of amper op vooruitgaan. Meer concreet geldt dat onder meer voor de meerderheid van de psychologen. Het verschil over hun hele carrière bedraagt +0,03%, een status quo dus.

Bijsturingen en actualisaties

Bij de eerste fase van IFIC bleken er een aantal juridische onjuistheden te zitten in een aantal oorspronkelijke functieomschrijvingen. Ondertussen gebeurden er in die functies een aantal wijzigingen. De juridische onjuistheden zijn intussen behandeld en de nodige aanpassingen werden doorgevoerd. Het resultaat hiervan zal u vinden op www.If-ic.org, van zodra gevalideerd door het paritair comité. Dit zal ook rechtstreeks gecommuniceerd worden aan de betrokken beroepsgroepen.

Bij de ontwikkeling van het model werd gesteld dat elk jaar 10% van alle 218 functies zal worden geactualiseerd. De afspraken over dit “onderhoud” werden aangepast, met extra ruimte voor aftoetsing met het werkveld. Alle werkgevers hebben de gelegenheid om zich hiervoor kandidaat te stellen en ook de beroepsorganisaties zullen de mogelijkheid krijgen hun advies te geven op deze functieomschrijvingen. De planningstabel met de prioriteiten voor dit onderhoud werd opgemaakt op basis van objectieve criteria zoals representativiteit, datum ontwikkeling, informatie uit beroepen enz.

Zowel de resultaten van de eerste reeds onderhouden functies als een lijst met de nog te onderhouden functies voor het komende jaar zullen - zodra definitief - terug te vinden zijn op de website van IFIC. Daarnaast worden ook elk jaar een aantal ontbrekende functies omschreven, gewogen en aan het functietapijt toegevoegd.

Is IFIC een perfect systeem? Zeker niet. Maar IFIC is in elk geval objectief beter, coherenter en correcter dan het oude baremasysteem. Er is uiteraard altijd ruimte voor verbetering. Het grote verschil is dat dit systeem die mogelijkheid voorziet en zelfs oplegt. De vzw IFIC blijft in permanente dialoog met het werkveld, waaronder de beroepsorganisaties, en tevens in tripartite overleg met de bevoegde kabinetten. Die moeten uiteraard ook bereid zijn om voor elke verbetering de nodige middelen vrij te maken.

We moeten daarnaast ook eerlijk durven stellen dat het een onaanvaardbaar totaalplaatje zou opleveren, mocht IFIC alle individuele aanspraken van elke beroepsorganisatie in het functietapijt gaan integreren. Het loonhuis is nu een samenhangend geheel van alle functies, waarvan we het evenwicht moeten bewaken. Maar daarnaast zou de zorgsector worden opgezadeld met een onbetaalbaar model, waarvoor geen enkele overheid de middelen zou vrijmaken. Deze aanspraken zullen het voorwerp uitmaken van een analyse rekening houdend met het doel van de IFIC-functieclassificatie, namelijk een billijke verloning te verzekeren, gebaseerd op een analytisch systeem, en dit voor het geheel van alle functies en werknemers.

Tot slot een belangrijke positieve noot. Er gaat vanaf dit jaar zo’n extra 650 miljoen euro structureel naar de lonen in de zorgsector. Daarvoor hebben de sociale partners verenigd gepleit. Ze vonden gehoor bij de overheid, omdat ze een onderbouwd, paritair systeem konden voorleggen. IFIC actualiseert en moderniseert de lonen in de zorg en dat was dringend nodig om de sector aantrekkelijk te houden. Daarbij stijgen de lonen met gemiddeld 6 à 7%.