Evenwichtig sociaal akkoord voor de federale private gezondheidszorg

Het laatste sociaal akkoord dateert al van vele jaren geleden, maar nu is het eindelijk zover. Er ligt een ontwerp voor van nieuw sociaal akkoord voor de federale private gezondheidszorg. Op 25 oktober 2017 zal het aan alle partijen ter ondertekening worden voorgelegd. Het akkoord vormt het resultaat van een vruchtbaar sociaal overleg en biedt – zoals het een goed akkoord betaamt – voor alle partijen wat wils.

Van werkgeverzijde werd er bijzonder over gewaakt dat de overeengekomen maatregelen geen bijkomende impact zouden hebben op de financiering. Focus lag vooral op het verhogen van de aantrekkelijkheid van de zorgsector door maatregelen die moeten leiden tot een grotere arbeidssatisfactie. Belangrijke nieuwigheid is ook dat er een nieuw verloningssysteem wordt ingevoerd.

Het akkoord komt tegemoet aan een aantal belangrijke verzuchtingen van de werkgevers in verband met de flexibiliteit in de werktijden. Zo zal onder meer de teller van overuren bij deeltijdse werknemers met een variabel uurrooster – het zogenaamde meerurenkrediet – minder snel oplopen, doordat nog slechts de uurroosterafwijkingen zullen meetellen. De referteperiode waarbinnen de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gerespecteerd moet worden, wordt verdubbeld (van drie naar zes maanden) en de aanvang hoeft niet samen te vallen met de start van een kalenderjaar. Ook aan de verplichte “11-uren rustpauze” werd gesleuteld: die kan in zeer specifieke situaties teruggebracht worden naar 9 uur.

Ook voor de werknemers zit er heel wat in: een recht op twee weken en drie weekends vakantie en uitzicht op meer voorzienbare uurroosters. Zo zal een eerste voorlopige planning van de uurroosters drie maanden op voorhand bekendgemaakt worden. De sociale partners engageren zich om expertise te verzamelen en te delen over anti-stress, -burn-out en –agressie. Daarnaast zullen werkgroepen opgericht worden om thema’s te bespreken als het sociaal luik bij de netwerkvorming, de modernisering van project 600 en een moderner loopbaanbeleid. Daarbij zullen ook de eindeloopbaandagen ter sprake komen.

Het budget dat de overheid voor dit sociaal akkoord ter beschikking stelt, zal grotendeels gaan naar de financiering van de implementatie van een eerste fase van de Ific functieclassificatie, een verloningsmodel waaraan jaren gezamenlijk is gewerkt door vakbonden en werkgevers. Hiervoor wordt vanaf 2018 jaarlijks 65 miljoen euro voorzien, in 2019 en in 2020 komt daar elk jaar nog eens telkens 15 miljoen euro bij.  

Voor de tweede pensioenpijler voor het personeel is er 25 miljoen voorzien voor 2017 en 2018, vanaf 2019 nog 12 miljoen maar met een engagement van de overheid om ook de overige 13 miljoen nog recurrent te zullen toevoegen. De “ongebruikte” 50 miljoen die voorzien waren voor Ific in 2017 zullen onder meer aangewend worden om een buffer te bieden voor werkgevers en voor HR-diensten.

De resterende 31,7 miljoen wordt op vraag van de vakbonden als een eenmalige eindejaarspremie toegekend aan de medewerkers. Het gaat dus niet om een ‘extraatje voor de verpleegkundigen’, maar wel om een eenmalige premie van zo’n 200 euro bruto voor alle werknemers uit onze sectoren.