Struyven Sermeus
29/06/2022
Bestuur Algemene Ziekenhuizen Revalidatieziekenhuizen

Zorg in, voor en met de gemeenschap

Community hospitals bieden een antwoord op zorguitdagingen

Zorg in, voor en met de gemeenschap

Nabijheid, geïntegreerde zorg en populatiegericht werken. Dat zijn de drie pijlers van een community hospital, het model dat Plexus, het ziekenhuisnetwerk in Oost-Vlaams-Brabant, zal uitrollen om een antwoord te bieden op de vele uitdagingen in de zorg. Een model waarin de patiënt centraal staat, samenwerking de basis is en een andere financiering voorop komt te staan. We laten prof. dr. Walter Sermeus, voorzitter van het bestuursorgaan van het H. Hartziekenhuis in Leuven & gewoon hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Gezondheidszorgbeleid van de KU Leuven, en dr. Hans Struyven, directeur van het regionaal ziekenhuis H. Hart in Tienen, aan het woord. Beiden schreven mee aan de visienota die door de vier ziekenhuizen van Plexus gedragen is.

“Voor ons zorgstrategisch plan zochten we naar een model dat niet alleen focust op schaalvergroting, maar ook op de lokale verbinding”, steekt Sermeus van wal. “Denk bijvoorbeeld aan de materniteit. De plek waar we iemand ter wereld brengen, is zo emotioneel. Die willen we dichtbij hebben. Daarnaast is het een realiteit dat elke regio een andere bevolking heeft met andere behoeften en zelfs een andere cultuur. Een ziekenhuis moet hierop inspelen. De baseline van het H. Hartziekenhuis in Leuven is niet voor niets ‘dichtbij beter’. Het sluit naadloos aan bij de doelstellingen van een community hospital.”

Dichtbij en geïntegreerd

“Nabijheid moet een basisprincipe zijn in de gezondheidszorg”, beaamt Struyven. “Het is niet nodig om overal elke vorm van technologie te hebben. Labowerking kan bijvoorbeeld perfect gecentraliseerd worden. De eerste stap naar de zorg moet echter wel toegankelijk zijn. Dat kan als er een breed klinisch diagnostisch therapeutisch aanbod op lokaal niveau is. Mensen verplaatsen zich niet altijd even gemakkelijk, zeker niet als ze kwetsbaar of ziek zijn. Voor complexere vragen kan er worden doorverwezen naar referentieziekenhuizen, maar basisspecialismen moeten dichtbij worden georganiseerd.”

Hans Struyven: “De patiënt moet de lead hebben. Altijd”

De nauwe link met de eerste lijn is een belangrijk aspect van community hospitals. Struyven staaft dat vanuit de praktijk. “Onze nieuwe campus zal evolueren naar een gezondheidscampus waar ook de eerste lijn een plek krijgt. Zo voorzien we dat onder andere ook de huisartsenwachtpost, thuisverpleging, revalidatiediensten, CLB en de eerstelijnszorg er zich vestigen. Ook welzijnsorganisaties worden meegenomen. We mogen niet enkel medisch denken. De hoge vaccinatiegraad voor covid die we hebben bereikt, is er dankzij de goede samenwerking tussen lokale overheid, eerste lijn én de welzijnssector. Het gaat immers om vertrouwen. Geestelijke gezondheid is eveneens belangrijk. Nu al zorgen we voor aanwezigheid van expertise vanuit de Alexianen Zorggroep op onze spoeddienst. Daarnaast investeert ons ziekenhuis in medewerkers voor hun mobiele teams. Zo vermijden we dat patiënten moeten pendelen tussen het somatische en het psychische. We voegen beide samen. Het zijn ontwikkelingen die zich binnen heel het Plexus-netwerk voordoen.” Plexus is het netwerk van de drie regionale ziekenhuizen in Diest, Leuven en Tienen, en het UZ Leuven.

Walter Sermeus: “We maken nog te vaak onderscheid tussen eerste, tweede en derde lijn. Die moeten in elkaar vloeien zonder dat de patiënt dat merkt”

“Een ziekenhuis moet als centrale as fungeren waarbij alle functies van gezondheid in de brede zin worden gebundeld. Een ziekenhuis moet verankerd zijn in de lokale gemeenschap zodat je een gespreide toegankelijkheid realiseert. We maken nu nog te vaak onderscheid tussen eerste, tweede en derde lijn. Die moeten in elkaar vloeien zonder dat de patiënt dat merkt. De structuur van het netwerk moet die connecties kunnen maken”, aldus Sermeus, die het model ook vanuit zijn academische rol bekijkt. “Met onder andere de Chronic Care-projecten hebben we nu al een goede samenwerking met de eerste lijn. Covid heeft die relaties geïntensifieerd. Tijdens de pandemie ontwikkelden we een lokale stuurgroep met onder meer de eerstelijnszorg, huisartsen, het algemeen en psychiatrisch ziekenhuis, de psychologenkring, het CAW en de burgemeester om aan testing, contact tracing en verdeling van beschermingsmiddelen te doen”, treedt Struyven bij.

Elk zijn rol

Elk ziekenhuis heeft zijn rol binnen Plexus. “In eerste instantie moeten we ervoor zorgen dat de patiënt thuis de nodige zorg kan krijgen. Als dat niet lukt, komt het regionale ziekenhuis in beeld waar de patiënt meteen bij de juiste zorgverlener terecht moet komen. Pas daarna komt het UZ in beeld als referentieziekenhuis waarnaar verwezen wordt bij complexe zorgvragen”, zegt Sermeus. “Zodra de complexe vraag opgelost is, moet de patiënt terug naar de regionale setting. Daar wordt de patiënt verder opgevolgd. Je zorgt voor een zorgpad waarbij je vertrekt van de patiënt zelf. Het is daarbij belangrijk dat we transmurale zorgfases uitwerken waarin duidelijk wordt uitgestippeld wie wat doet”, vult Struyven aan.

Hans Struyven: “Nabijheid moet een basisprincipe zijn in de gezondheidszorg. Het is niet nodig om overal elke vorm van technologie te hebben, maar de eerste stap moet wel toegankelijk zijn”

“Het UZ speelt ook een belangrijke rol in het kader van opleiding en onderzoek. Innovaties zullen via het netwerk sneller doorstromen naar de praktijk”, gaat Sermeus verder. “Het UZ Leuven speelt bovendien een dubbele rol. Enerzijds zijn zij een tertiaire speler voor het hele land, anderzijds vervullen zij ook de functie van community hospital. Die rol is historisch gegroeid en rekening houdend met de grootte van de andere ziekenhuizen is het wenselijk dat te behouden.”

De populatie

De derde pijler van een community hospital is de populatiegerichtheid. “De zorgvraag bepaalt wat wij moeten doen. Covid heeft dat op scherp gesteld. Denk ook aan welvaartsziekten als obesitas en diabetes of de vergrijzing die de vraag naar geriatrisch aanbod zal doen toenemen. Niet enkel het curatieve is van belang, we moeten ook inzetten op preventie. Ziekenhuizen hebben daarbij een rol, denk aan screening. Hoe kunnen we het gedrag van de burger beïnvloeden om te vermijden dat die een patiënt wordt? Hoe leren we iemand goed omgaan met chronische aandoeningen? Burgers moeten ook verantwoordelijkheid krijgen om ziekten te voorkomen zodat we, zeker in de toekomst, voldoende personeel zullen hebben om kwaliteitsvolle zorg te bieden”, zegt Struyven. “We mogen inderdaad niet vergeten dat door de demografische evolutie de groep van zorgvragers groter zal worden, terwijl we het met minder zorgpersoneel zullen moeten doen. We moeten dus op zoek naar andere zorgmodellen. Ervaring in het buitenland leert ons dat de combinatie van geïntegreerde systemen en preventie ervoor zorgt dat we met minder mensen de zorgvragen kunnen opvangen. We moeten dammen bouwen. Dat heeft covid meer dan eens bewezen. Iemand moet echter de verantwoordelijkheid opnemen om die dammen op te zetten. De structuur moet dit mogelijk maken. Het community hospital speelt hierin een centrale rol”, aldus Sermeus. 

Sermeus en Struyven
Walter Sermeus en Hans Struyven

“Het is belangrijk om te weten voor wie je staat in je netwerk. Plexus is er voor zo’n 500 000 mensen. Zij die naar een huisarts gaan, komen meestal bij de juiste zorg terecht. Maar wat voor mensen die geen huisarts hebben of zelf geen initiatief nemen? Wie neemt verantwoordelijkheid voor die groep? Daar is nu geen structuur voor. Als ziekenhuis spelen we daarbij een belangrijke rol. We zijn verantwoordelijk voor de gezondheid van onze hele regio”, zegt Sermeus. “Het is daarbij belangrijk om subgroepen te definiëren”, gaat Struyven verder. “Enkel dan kan je aan populatiemanagement doen. In Tienen zien we de bevolking verouderen, dus zullen we meer inzetten op ons geriatrisch aanbod. Daarnaast hebben we ook criteria uitgewerkt om kwetsbare zwangeren op te sporen zodat die extra begeleid kunnen worden. Zo willen we het kind al van voor de geboorte betere kansen geven.”

Patiënt centraal

Het model van het community hospital vertrekt vanuit de patiënt. “De patiënt moet de lead hebben. Altijd. Zo hebben we patiënten bevraagd vooraleer we het ontwerp van onze nieuwbouw in kaart brachten. Hoe moet een kamer er volgens hen uitzien? Daarnaast hebben we, naast de demografie, ook de huidige zorgvragen in beeld gebracht”, zegt Struyven. “Niet enkel de patiënt, maar de hele bevolking moet worden betrokken. Mensen moeten het gevoel hebben dat het ‘hun’ ziekenhuis is. Ook op bestuurlijk niveau moet er betrokkenheid zijn”, vult Sermeus aan.

Storytelling is cruciaal in de gezondheidszorg. Een diagnose stel je niet alleen op basis van technische gegevens. Het verhaal van de mensen is minstens even belangrijk. Wij hebben in Tienen veel Franstalige patiënten. Onze medewerkers spreken, elk op hun eigen manier, Frans met hen. Soms zetten we tolken in voor anderstaligen zodat elk individu zich verstaanbaar kan maken. Enkel dan krijg je een totaalbeeld van de klacht”, vertelt Struyven. “Uiteraard blijft de keuze bij de patiënt zelf. Die kan er perfect voor kiezen om zorg in een ander netwerk op te zoeken. Alleen zijn daaraan consequenties verbonden. Het zal bijvoorbeeld minder evident zijn om een geïntegreerd plan op te stellen”, zegt Sermeus.

Daarnaast is het werken met een gedeeld dossier cruciaal. Via mynexuzhealth is er binnen Plexus al een goede gegevensdeling. “Nu willen we de connectie maken met de eerste lijn. Alle relevante info moet erin kunnen, dus bijvoorbeeld ook de medicatie die wordt voorgeschreven”, legt Sermeus uit. “De bouwstenen om het dossier met de eerste lijn te delen zijn in de maak. De patiënt geeft uiteraard zelf toelating aan elke zorgverlener”, vult Struyven aan.

Tevreden medewerkers

“Het model van community hospital vraagt een andere manier van werken en dus ook een cultuurswitch. Elke medewerker moet verantwoordelijkheid krijgen. De gezagspiramide zoals we die decennialang gekend hebben, moet worden omgedraaid. Om de zorgvraag kwaliteitsvol te kunnen blijven opvangen, moeten we mensen aantrekken én behouden. De werkomgeving moet uitdagend zijn, er moet meer respect zijn voor mensen en de relatie tussen artsen en verpleegkundigen moet nog beter dan vandaag. Kortom, het moet een aangename plek zijn om te werken. Taakuitzuivering is prangender dan ooit. Een netwerk kan hieraan tegemoet komen omdat alles in elkaar zal vloeien”, aldus Sermeus.

Walter Sermeus: “Het model van community hospital vraagt een andere manier van werken en dus ook een cultuurswitch. Elke medewerker moet verantwoordelijkheid krijgen”

“Met onze missie hebben we hier alvast op ingespeeld. We hebben ons laten inspireren door Disney, met name: kijk naar de klant. VIP is ons kernwoord, waarbij de ‘V’ staat voor vriendelijkheid, de ‘I’ voor inlevend en initiatief en de ‘P’ voor professioneel. De centrale vraag is hoe je zelf als patiënt behandeld zou willen worden. We rekruteren onze medewerkers daarop en leggen ook het initiatief bij hen om elkaar daarop aan te spreken. We zijn een vriendelijk ziekenhuis. Kwaliteit heeft niet enkel te maken met veiligheid, maar ook met ethisch denken op de werkvloer. We willen daarover met onze mensen in debat gaan. Samen oplossingen zoeken voor moeilijke kwesties en beslissingen”, legt Struyven uit.

Andere basisfinanciering

Een laatste belangrijke voorwaarde om een community hospital te doen slagen, is een andere financiering. “Ziekenhuizen en het netwerk errond moeten ook beloond worden in functie van het bereiken van gezondheidsdoelstellingen. Het is nog zoeken naar de juiste parameters daarvoor. Het kan zijn dat die van regio tot regio zullen verschillen op basis van de behoeftegegevens van een populatie. Alleen financieren per prestatie creëert onvoldoende dammen om zaken onder controle te houden. Zo’n systeem betaalt vooral wanneer er gezorgd moet worden als iemand al ziek is. Het algemene basisprincipe moet er anders uitzien”, aldus Sermeus. “Pay for performance waarbij er ook financiële incentives zijn voor preventie, is onvermijdelijk. Dat het kan, bewijst de praktijk al. Binnen de chronic care-trajecten is er al een ander systeem”, beaamt Struyven.

“Het gespreide model van een universitair of centrumziekenhuis met één of meerdere community hospitals of regionale netwerkziekenhuizen kan een interessant model zijn voor andere locoregionale ziekenhuisnetwerken. Het model garandeert zowel patiëntgerichte als geïntegreerde zorg die nabij en toegankelijk is. Onnodige duplicatie wordt vermeden en doorverwijzing wordt gerealiseerd wanneer aangewezen. Wellicht is het een zinvol model om quintuple aim te realiseren”, besluit Sermeus. 

TEKST: SOPHIE BEYERS – BEELD: JAN LOCUS

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.