Liesbeth Mellaert
16/11/2022
Zorgbeleid Algemene Ziekenhuizen Revalidatieziekenhuizen Eerste lijn

“Elk slachtoffer verdient erkenning”

Een blik op de werking van de erkennings- en bemiddelingscommissie historisch misbruik

“Elk slachtoffer verdient erkenning”

In 2014 werd de Commissie Erkenning & Bemiddeling voor misbruik en geweld uit het verleden opgericht. Doel? Slachtoffers erkennen voor wat hen in het verleden werd aangedaan. Iedereen die binnen instituten, organisaties of in de privésfeer emotioneel, fysiek of seksueel is misbruikt of verwaarloosd, kan zich beroepen op deze commissie. De feiten dienen minstens tien jaar geleden te hebben plaatsgevonden. Indien het slachtoffer dat wenst, faciliteert de commissie dialoog met de vermeende pleger of andere betrokken actoren. Zorgnet-Icuro ging in gesprek met Marc Hermans, de voorzitter van de commissie en coördinator Liesbeth Mellaerts

Erkenning van wat gebeurd is

“Elk slachtoffer verdient erkenning, ook wanneer de feiten van langer geleden zijn”, steekt Marc Hermans van wal. “Wat gebeurd is, kan niet ongedaan worden gemaakt, maar we kunnen slachtoffers wel ondersteunen om hun kracht terug te vinden. Dat doen we door onbevooroordeeld hun verhaal te beluisteren via één of meerdere gesprekken. Het slachtoffer bepaalt zelf hoe vaak we in gesprek gaan. Indien gewenst, verwijzen we door naar hulpverlening, justitie en/of lotgenotencontact.”

“Het is niet oké om te zeggen ‘dat was toen zo in die tijd’. Door dat te zeggen, voelen slachtoffers zich niet erkend in wat er gebeurd is”

De commissie voert geen onderzoek naar de vermeende feiten, noch biedt ze hulpverlenende gesprekken aan. “Het is de taak van justitie en politie om het gerechtelijk luik op te nemen”, vertelt Liesbeth Mellaerts. “We spreken heel bewust over ‘vermeende plegers’. Het is niet aan ons om te bepalen of iemand schuldig is. We hebben ook geen mandaat om dat onderzoek te voeren”, zegt ze. “Het is soms moeilijk voor een slachtoffer dat de commissie geen kant kiest. Als slachtoffer heb je nood aan gerechtigheid. Maar dat is niet onze rol”, beaamt Marc. “Wij focussen op het erkennen van wat iemand heeft ervaren. Wanneer die persoon daarbij nood heeft aan bepaalde hulpverlening, verwijzen we door naar organisaties die hiervoor de nodige expertise hebben. Misbruik is voor ons meer dan seksueel misbruik. Het gaat ook om pesterijen, geen eten geven enz. Het hoeft niet altijd iets te zijn tussen een meerderjarige en een minderjarige. We hebben ook al dossiers gehad over misbruik tussen jongeren onderling”, zegt ze.

Tijdsgeest staat los van gevoel

“Mensen hebben vaak het gevoel niet gehoord te worden”, vervolgt Marc. “Vaak zijn er al heel wat stappen gezet, maar ging er niet voldoende aandacht naar het slachtoffer zelf. De tijdsgeest was anders, maar dat praat niet goed wat er gebeurd is”, zegt hij. Liesbeth pikt hier verder op in: “Het is niet oké om te zeggen ‘dat was toen zo in die tijd’. Door dat te zeggen, voelen slachtoffers zich niet erkend in wat er gebeurd is. Voor hen zijn de feiten wel gebeurd. Dat wil niet zeggen dat ze er altijd nood aan hebben om naar het gerecht te stappen. Erkend worden is voor hen echter wel cruciaal. Ze dragen de ervaring soms jaren mee zonder dat er iets mee gedaan wordt. En dat weegt.”

Liesbeth Mellaert
Liesbeth Mellaerts: “Door te vragen of iemand iets ergs heeft meegemaakt, open je deuren”

Marc geeft aan dat we niet enkel naar het officiële gezag moeten kijken. “Het informele gezag kan een even grote rol spelen. Familie, vrienden, het dorp… Als zij niets deden, kan een slachtoffer niet weg met zijn of haar gevoel. Het slachtoffer durft niet te zeggen dat er iets verkeerd is gebeurd, want het lijkt voor iedereen ‘normaal’. De beleving is anders. En het kan zijn dat iets in die tijd als normaal werd beschouwd, maar als dat niet zo aanvoelt voor het slachtoffer, moeten we daar oren naar hebben”, legt hij uit. “Mensen hebben een gevoel en daar vertrekken wij van. Als iets voor jou niet oké voelt, is het niet oké. Andere mensen kunnen daar anders naar kijken of dat anders ervaren, maar dat staat los van jouw gevoel. Met de commissie willen we deze mensen niet in de steek laten”, zegt Liesbeth. “Daarnaast is er ook de zorg dat er misschien nog slachtoffers zijn geweest. De commissie steunt dit lotgenotencontact en verwijst ook door naar lotgenotengroepen. Sommige instellingen hebben in het verleden initiatieven genomen om slachtoffers samen te brengen. Dit kan zeer krachtig zijn in het verwerkingsproces.”

Wanneer slachtoffers contact opnemen met de commissie, komen ze bij Liesbeth uit. “Dat kan rechtstreeks gebeuren, maar soms belt iemand uit de omgeving met de vraag of ik met het slachtoffer contact wil opnemen. Ik luister vervolgens naar het verhaal en dan bekijken we samen wat de commissie kan doen. Gesprekken gebeuren steeds door twee commissieleden, meestal een man en een vrouw én minstens één van hen is bemiddelaar.” De commissieleden zijn niet verbonden aan een organisatie, maar zijn ten persoonlijke titel aangesteld. Ze werken dus volledig onafhankelijk. De commissie bestaat uit twaalf leden die expertise hebben in het omgaan met misbruik, het slachtofferschap en/of plegerschap vanuit verschillende sectoren. Vier van hen zijn bemiddelaar en er is ook één psychiater bij.  

Bemiddeling tussen meerdere partijen

Naast erkenning, biedt de commissie ook bemiddeling aan. Op vraag van het slachtoffer kan er een dialoog worden opgestart met de vermeende pleger van de feiten en/of de organisatie/voorziening waarbinnen de feiten plaatsvonden. “Het is krachtig als we verhalen aan elkaar kunnen doorgeven. Dat kan helpend zijn om tot herstel te komen”, zegt Liesbeth. “Partijen met elkaar in dialoog laten gaan, hoeft niet rechtstreeks te verlopen. Soms gaat dat via brieven of boodschappen die wij letterlijk overbrengen, heen-en-weer. We noemen dit een pendelgesprek. Zeker wanneer mensen met de pleger zelf in dialoog willen gaan of wanneer de gevoelens nog heel rauw zijn, leidt het overleg tussen slachtoffer en commissie vaak tot de keuze voor deze methodiek. Het is minder confronterend. Wanneer een slachtoffer met een voorziening of organisatie wil praten, gebeurt dat vaker face-to-face. Slachtoffers hebben soms nood om met de organisatie te bespreken waarom er met de feiten niets gebeurde of hoe ze er in de toekomst mee zullen omgaan”, aldus Liesbeth. “Het slachtoffer geeft altijd de richting aan. Bij de erkenning loopt dat sowieso goed. Bij een bemiddeling is dat moeilijker omdat je dan ook afhangt van andere partijen. In dit bemiddelingsproces zijn we er trouwens ook voor de vermeende pleger. Voor sommigen is het een opluchting om te zeggen bepaalde feiten te hebben gepleegd en er daadwerkelijk mee te zitten”, vult Marc aan.

“We merken dat organisaties echt iets doen met wat we met hen bespreken. Ze leren bijvoorbeeld op welke signalen ze moeten letten”

“Vertrouwelijkheid is het uitgangspunt van onze werking. We zijn allemaal gebonden aan beroepsgeheim. Enkel als we overtuigd zijn dat er een acuut gevaar is voor derden of zichzelf, bekijken we in overleg welke stappen we moeten zetten. Als het slachtoffer nog zelf in een situatie van misbruik zit, maar niet naar de politie wil gaan, bekijken wij eerst met hem of haar waarom niet”, aldus Marc. Liesbeth geeft aan dat een klacht niet altijd onmiddellijke veiligheid of een oplossing biedt. “Er zijn ook alternatieven en die willen we exploreren. Samenwerken met andere hulpverleners is hierin essentieel.”

Voorkomen is beter

“We merken dat organisaties echt iets doen met wat we met hen bespreken. Ze leren bijvoorbeeld op welke signalen ze moeten letten. Soms gaan opvoeders uit zichzelf met ons in gesprek om bewuster met het thema om te gaan. Een dossier zorgt ook voor bewustzijn. Wanneer er één slachtoffer in een organisatie is, zijn er misschien nog meer. De organisatie gaat hiermee aan de slag door bijvoorbeeld mensen de mogelijkheid te geven hun verhaal aan te kaarten. Ook denken ze na hoe ze daarmee zullen omgaan”, vertelt Liesbeth.

“Uit onze werking blijkt het belang van preventie. Op agogisch vlak in de eerste plaats. We moeten jongeren niet verbieden om samen onder de douche te gaan, maar hen leren om dat met respect voor elkaars lichaam te doen. Ook in opleiding van professionals moet meer aandacht gaan naar het thema”, zegt Marc. “Daarnaast moet het taboe worden doorbroken. Gesprekken rond misbruik worden nog al te vaak uit de weg gegaan, ook door professionals. Door te vragen of iemand iets ergs heeft meegemaakt, open je deuren. Bij deze een warme oproep aan professionals: stel die vraag en heb oog voor hoe je zal omgaan met het antwoord”, besluit Liesbeth.

Wil je meer informatie over de commissie of zit je zelf met een case?
Mail dan naar info@comeb.be, bel naar 0497/43 41 66 of ga naar www.comeb.be.

 

TEKST: SOPHIE BEYERS - BEELD: SOPHIE NUYTTEN

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.