Transitie geestelijke gezondheidszorg positief stimuleren

Isabel Moens

De sector van de GGZ is volop in evolutie en elke innovatie heeft maar één finaliteit: de kwaliteit van zorg voor de patiënt verbeteren. Gert Peeters, operationeel directeur UPC KU Leuven en co-voorzitter VIP² GGZ en Isabel Moens, directeur GGZ Zorgnet-Icuro kruipen naar aanleiding van de vele persberichten over de psychiatrie even in hun pen.

De laatste maanden kwamen de  psychiatrische ziekenhuizen regelmatig in de pers. De berichtgeving was niet altijd positief, soms verre van. De media onderstreepten expliciet hun bedoeling om hiermee in de sector “dingen in beweging te zetten” en “het maatschappelijk debat te stimuleren”. Het voelt allemaal wat paradoxaal aan. Jarenlang was er nauwelijks aandacht voor een “vergeten sector”; net nu de sector sinds enkele jaren volop innoveert en er zich fundamentele veranderingen voltrekken, werpt de pers zich op als aanklager van mistoestanden en verdediger van patiëntenrechten. Ze dreigen hiermee het kind met het badwater weg te gooien. Want er is wel degelijk een positieve evolutie aan de gang. Laat ons die veranderingstrajecten benoemen en bekrachtigen, veeleer dan stigmatiserend verbeterpunten uit het verleden uit te vergroten.

Vooreerst is er de steeds groeiende focus op kwaliteit en patiëntveiligheid in alle voorzieningen, op alle niveaus en daaraan gekoppeld een transparante communicatie. Zo is er het Vlaams Indicatoren Project voor Patiënten en Professionals (VIP²-GGZ), waarbij aan de hand van indicatoren de kwaliteit van zorg wordt gemeten. Vorige week werden de resultaten van de eerste metingen (inzet ervaringsdeskundigen, suïcidepreventiebeleid, volledigheid geneesmiddelenvoorschriften) en de Vlaamse Patiënten Peiling bekendgemaakt en gepubliceerd op de website van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Aan die eerste meting namen ruim 100 voorzieningen deel.

Daarnaast hebben een heel aantal psychiatrische ziekenhuizen en psychiatrische afdelingen van een algemeen ziekenhuis een externe accreditering achter de rug of zijn in volle voorbereiding daarvan. In deze oefening wordt de huidige werking van een voorziening tegen het licht gehouden van internationaal gevalideerde standaarden. Voorzieningen worden hiermee uitgedaagd om in een permanente cyclus aan de kwaliteit van patiëntenzorg te werken, mét succes.

Belangrijke evoluties in de geestelijke gezondheidszorg zijn onmiskenbaar de vermaatschappelijking van zorg, de implementatie van de herstelvisie en de introductie van ervarings- en familiedeskundigen. Elk van die ontwikkelingen heeft zijn implicaties op de manier waarop de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg verloopt. Het is een proces in volle ontwikkeling, waar de ene innovatie gevolgen kan hebben voor een andere zorgvorm. Feit is dat het vaak allemaal moeilijk te behappen is met een personeelsnorm die al 40 jaar ongewijzigd is gebleven. Die was oorspronkelijk immers bedoeld voor een gesloten instelling voor geesteszieken met minimale zorg. Op vandaag is die personeelsomkadering absoluut ontoereikend om te voldoen aan de anno 2017 omvattende kwaliteitseisen van een modern psychiatrisch ziekenhuis met zijn mobiele functie waar de zorg gericht is op de stimulering van de eigen sterkten van de patiënt en zijn reïntegratie in de maatschappij.

Zo leidde deze vermaatschappelijking van de zorg tot een inkorting van de gemiddelde verblijfsduur, waardoor er in de ziekenhuizen een grotere concentratie is van psychisch zwaar zieke mensen op hetzelfde moment. Die zogenaamde “indikking” van de zorg vraagt om een intensere begeleiding en toezicht. Patiënten stromen dus sneller door naar andere zorgformules (extra-muros) en vragen – terecht - om na een opname in het ziekenhuis snel geholpen te worden door actoren in de volgende fase van hun behandeling en begeleiding. Zo ontstaat er ook een grotere druk op de hele zorgketen. Een en ander betekent dat er voor goede zorg op continue basis overleg nodig is met alle zorgpartners betrokken bij de zorg van patiënten. En dat vraagt tijd. Om de vermaatschappelijking te realiseren worden voorzieningen gevat in een veelheid van netwerken, die parallel en gelijktijdig moeten worden ontwikkeld en elk hun aandeel in overleg opeisen: netwerk kinderen en jongeren, netwerk art 107, netwerk forensische psychiatrie, netwerk gehandicaptenzorg, netwerk eerste lijn, netwerk chronische zorgprojecten, ziekenhuisnetwerken…

Alle hervormingen samen vergen een zeer grote inspanning van de sector; in die context van constante veranderingen blijven voorzieningen en hun medewerkers intern hard werken aan kwaliteit van zorg en aan patiëntveiligheid. Samen met patiënten en familie wordt in de voorzieningen nagedacht over verbetermogelijkheden ten behoeve van patiënt en familie. De patiëntenrechten komen nadrukkelijk op de voorgrond. Een concreet gevolg is het inzagerecht van patiënten in hun zorgdossier. Die evolutie vraagt dat zorgverleners de documentatie van zorg grondig reorganiseren opdat de informatie toegankelijk zou zijn voor de betrokken patiënten. De focus op herstel wordt bijkomend versterkt door een sectorbrede inschakeling van ervaringsdeskundigen in de GGZ. Organisaties moeten in bijkomende randvoorwaarden voorzien opdat deze nieuwe functie optimale kansen tot ontwikkeling krijgt.

VIP² GGZ wil verder bouwen op de resultaten van de meting van 2016 en nog dit voorjaar een globaal kwaliteitskader presenteren. Dit zal toelaten om te focussen op specifieke dimensies, aangepast aan het type voorziening. Jaarlijks zullen er twee nieuwe indicatoren worden ontwikkeld. Daarnaast zullen we inzetten op de ontwikkeling van wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen, de uitwisseling van good practices en het valoriseren van concrete patiëntenervaringen.

De sector van de GGZ is volop in evolutie en elke innovatie heeft maar één finaliteit: de kwaliteit van zorg voor de patiënt verbeteren. Het is een complex transitieproces, een meerjarenplan, een leertraject, met successen én met zaken die dienen te worden bijgestuurd. Voor het brede publiek mag het duidelijk zijn dat de hele sector gemotiveerd is om te werken aan kwaliteit, en de sector evenmin bang is om hierover transparant te communiceren. 

Plaats een reactie

Login of registreer om te kunnen reageren
Lindsay Hacke
18/04/2017
Dit artikel laat mij op mijn honger zitten wegens de eenzijdigheid er van: 1/ wat voor u paradoxaal klinkt vanuit media, lijkt mij niet meer dan logisch vanuit een andere dan uw invalshoek: patiënten waren monddood en krijgen nu een spreekbuis. Wat men zaait, oogst men. Het lijkt mij dat het kind met het badwater weg gooien niet pleit voor de ruggengraat voor zij die de GGZ organiseren. Integendeel: het zou pleiten voor een openheid en bereidheid om te incasseren wat uw patiënten hebben meegemaakt en meemaken. Het verder (opnieuw?) willen monddood maken van negatieve verhalen die voor sommigen van uw cliënten de enige verhalen zijn in naam van ‘We innoveren en willen vernieuwen dus bekrachtig ons liever in onze veranderingstrajecten.’ lijkt mij echt geen goede insteek. Zoals elk goed verhaal is het ‘en-en’ en zelden ‘of-of’: ruimte voor wat niet goed is en is geweest, én ruimte voor wat beter kan. Zonder uitvergrotingen aan beide kanten (zie volgende). 2/ U klaagt aan dat verbeterpunten uit het verleden worden uitvergroot. Toch maakt u mijn inziens dezelfde beweging: er is iets in gang gezet in de GGZ maar dit uitvergroten tot ‘… er wordt volop geïnnoveerd…’ en ‘… voor het brede publiek mag het duidelijk zijn dat de hele sector gemotiveerd is om te werken aan kwaliteit.’ klopt ook niet. Idem voor ‘Samen met de patiënten en familie wordt in de voorzieningen nagedacht over verbetermogelijkheden ten behoeve van de patiënt en familie.’ Ik kan u garanderen dat dit vanuit de ervaringen van opgeleide familievertegenwoordiging kant noch wal raakt om dit zo veralgemeend en positief te stellen. U hebt mijn inziens wel een absoluut punt waar u schrijft: ‘Feit is dat het allemaal moeilijk te behappen is met een personeelsnorm die al 40 jaar ongewijzigd is gebleven.’ Velen lijken in hun verzuchtingen te vergeten dat zorg georganiseerd wordt van bovenuit. In de hele omwenteling moet de GGZ om ‘… in de bijkomende randvoorwaarden te voorzien opdat nieuwe functies zoals ervaringsdeskundigen optimale kansen tot ontwikkeling krijgen…’ ook van bovenuit andere normen en middelen krijgen. Dit hinkt achter, zo lijkt mij. Een overheid die pleit voor paradigmawijziging dient dan ook meer synchroon middelen te voorzien zodat organisaties sneller kunnen inspelen hierop. L. Hacke